KINDERRECHTEN (73) analyse (afwijken van een negatief advies van het parket)

Huwen met iemand waar je geen enkele band mee hebt om op die manier aan verblijfspapieren te geraken = schijnhuwelijk.

Een kind erkennen waarmee je geen enkele band hebt om op die manier aan verblijfspapieren te geraken voor één van de betrokken partijen (kind, moeder, vader) = schijnerkenning of frauduleuze erkenning. Deze praktijk is strafbaar.


Het probleem is dat een aantal ambtenaren alle aanvragen om erkenning van een buitenechtelijk kind dat in het buitenland geboren is, gaan zien als een frauduleuze erkenning. De ambtenaar van Laarne had al op voorhand beslist het dossier door te sturen naar het parket. Ik vraag me af: word ik opgezadeld met een ‘vermoeden van schijnerkenning’ omdat hij geen onderzoeksmogelijkheden heeft?

Het is maar door in heel deze toestand verzeild te geraken dat ik heb geleerd dat een ambtenaar niet noodzakelijk om advies moet vragen aan het parket. Ik zou denken: als je geen aanwijzingen hebt voor schijnerkenning is het ongepast een ‘vermoeden van schijnerkenning’ te formuleren en een onderzoek te vragen.

Ondertussen heb ik ook geleerd dat het advies van het parket over een erkenning niet bindend is. Een ambtenaar kan een negatief advies van het parket naast zich neer leggen.

Om geen advies te vragen als je geen goede redenen hebt of om een negatief advies van het parket dat niet zwaar genoeg weegt naast je neer te leggen, moet je als ambtenaar sterk in je schoenen staan en een open geest hebben. Dat is iets anders dan een politieke kleur hebben: het gaat veeleer om voeling hebben met mensen- en kinderrechten en belang hechten aan ‘het belang van het kind’.

Soms zijn er ambtenaren die een gezond uitgangspunt hebben. Zo las ik de volgende verklaring van een ambtenaar: “(…) Ik ben afgeweken van het negatief advies van het parket, omdat ik vond dat er geen redenen waren om aan te nemen dat de man die de erkenning had aangevraagd, niet de vader van het kind zou zijn. Als een man een kind wil erkennen, en de moeder is daarmee akkoord, dan ga ik ervan uit dat hij de vader is tot het tegendeel bewezen is. Ik neem die beslissing ook in het belang van het kind, omdat ik vind dat een kind recht heeft op een vader.(...)”

En verder: “Ik wijk slechts heel zelden af van een negatief advies van het parket”, zegt Preneel. “De adviezen zijn niet bindend en ik moet als ambtenaar van de burgerlijke stand autonoom en in eer en geweten beslissen. Dat doe ik. Ik moet wel zeggen dat ik de adviezen met de jaren strenger heb zien worden. Als iemand een erkenningsaanvraag doet, gaat men er bijna vanuit dat het om een schijnerkenning gaat. Men draait de zaken om. Ik ga ervan uit dat een aanvraag oprecht is, tot het tegendeel is bewezen.”

Het loopt allemaal niet zo van een leien dakje met die adviesaanvragen en de opvolging van adviezen. Zo doet een brief van het College van Procureurs-Generaal aan VLAVABBS, de Vlaamse Vereniging van Ambtenaren en Beambten van de Burgerlijke Stand, uitschijnen. 

De prokureurs waarschuwen dat het niet de bedoeling is dat ambtenaren alle dossiers zomaar doorsturen voor advies en zo hun eigen verantwoordelijkheid afschuiven naar de parketten. Omzendbrieven toepassen behoort b.v. tot de taak van een ambtenaar (ik verwijs naar mijn post 72). 
Omgekeerd wordt gezegd dat de ambtenaar verondersteld wordt een advies van de prokureur au serieux te nemen. Een verwijzing naar Preneel? Een Antwerpse prokureur protesteerde in een brief tegen het niet volgen van zijn advies in een bepaalde casus door Preneel, districtsburgemeester van Borgerhout. De zaak leidde tot een politieke rel. 

Literatuur